Lokaal Dijk en Waard heeft tijdens de gemeenteraad van 8 juni 2021 een amendement ingediend samen met het CDA, ChristenUnie, PvdA, Senioren Langedijk en de VVD. In dit amendement legt Lokaal Dijk en Waard het college op om de afstand tussen windmolens en huizen minimaal 600 meter te houden.

De provincie heeft onlangs de 600-meter-regel naar 350 meter bijgesteld. Dat zou betekenen dat een windmolen minimaal 350 meter van een huis mag komen te staan. Dat is volgens ons en de indieners te weinig.

De RES 1.0 staan wij positief tegenover. Lokaal Dijk en Waard ziet het belang van duurzame energie en de grootschalige opwekking daarvan. We moeten ook positief tegenover nieuwe initiatieven staan, die mogelijk worden meegenomen in de RES 2.0. Lees hieronder de gehele bijdrage van Ger Nijman namens Lokaal Dijk en Waard:

De mening van de club van 10 miljoen is; dat iedere milieumaatregel dweilen met de kraan open is zolang er ieder jaar 70 miljoen mensen bijkomen. Als je daar echt over nadenkt dan zou de moed je bijna in de schoenen zakken. Dat doen we dus niet, sterker nog, in de wetenschap dat we 110 miljoen ton vervuiling dagelijks de lucht in pompen, de ontbossing van de tropen onverminderd doorgaat met daarbij een ecologische neergang, dan maakt het nog noodzakelijker om daadkrachtig de doelstellingen van Parijs te halen.

Klimaat neutraal in 2050 is een proces in stapjes van tientallen jaren. RES 1.0 met zoekgebieden voor zonne-energie en windenergie is daar een onderdeel van maar er zijn veel meer ontwikkelingen nodig om de doelstelling te halen. Zoals energiebesparing op gebouwde omgeving, opschaling van windenergie op zee, energiebesparing door bedrijfsleven, innovatieve ontwikkelingen zoals groene waterstof en groen gas. Ook onderzoek naar innovatieve ontwikkelingen in kernenergie blijft in beeld.

De essentie van de internationale klimaatafspraak van Parijs is de doelstelling van 49 procent CO2 reductie in 2030 te behalen. Om de doelstelling te halen is beleid en uitvoering noodzakelijk. In het klimaatakkoord is de afspraak gemaakt dat in 30 energieregio’s zo’n 35 terrawattuur aan hernieuwbare elektriciteit zal moeten worden opgewekt. Regio Noord-Holland Noord heeft een ambitie van 3.6 TWh. En regio Alkmaar waar Langedijk onderdeel van is heeft een ambitie van 0.62 TWh. opleveren. De RES 1.0 is dus een stap naar haalbare projecten om die doelstelling te halen. Maar waar het wel om moet gaan is een deel van de ambitie van 3.6 TWh te kunnen invullen.

Het raadsvoorstel betreft het instemmen van de RES 1.0 met de bijbehorende kaart van de globale zoekgebieden. Echter, de RES heeft geen juridische status en het vervolgtraject is dan ook om de effecten van de zoekgebieden, die voor Langedijk gelden, te onderzoeken op wenselijkheid en haalbaarheid en vast te leggen in omgevingsbeleid. Noodzakelijk om uiteindelijk vergunningen te kunnen uitgeven. Belangrijk vinden wij dan ook de criteria ’s in het raadsvoorstel. De gemeente in de rol van faciliteren en realiseren moet rekening houden met de ruimtelijke samenhang en leefomgeving. Haalbaarheid is belangrijk maar mag niet ten koste gaan van gezondheidsaspecten. Daarbij is participatie een groot goed voor draagvlak, maar alleen draagvlak in een klein gebied is niet alleen zaligmakend. Onderzoek naar geluidscontouren die verder reiken dan een klein gebied is een evenzo belangrijke afwegingskader.

Voor het overgrote gedeelte wordt in Langedijk een bijdrage geleverd door zonnepanelen. De zoekgebieden zijn geprojecteerd dichtbij de industrieterreinen en in combinatie met de grote daken op industrieterreinen biedt mogelijkheden. Clustering van deze gebieden in combinatie van opwek en gebruik is volgens de netbeheerder een pre om het transport over lange afstanden te miniseren. Immers we moeten wel rekening houden dat in 2030 maar 50 procent van de nodige infrastructuur gereed is. 50 procent van de duurzame opwek in de RES kan dan nog niet aangesloten worden op bestaande stations.

De ambitie om te streven naar een ‘50 procent eigendom om lokaal mee te profiteren’ is natuurlijk prachtig. Maar als blijkt dat de netbeheerder zijn infrastructuur van kabels en transformators niet op orde heeft om ook energie terug te leveren dan moet ook die beperking naar onze mening door de gemeente inzichtelijk worden gemaakt. Een robuuste energie- infrastructuur is een randvoorwaarde in deze. We moeten een situatie voorkomen zoals laatst in de krant stond, dat een ondernemer die honderd duizend euro’s had geïnvesteerd in zonnepanelen in zwaar weer kwam omdat door slechte kabels geen stroom kon worden terug geleverd.

Ten aanzien van de windmolenopstellingen in Langedijk kunnen we constateren dat er invulling is gegeven aan de wensen en bedenkingen die bij het concept RES 1.0 zijn ingebracht. Immers, de zoekgebieden Geestmerambacht en Waarddijk zijn niet meer opgenomen in de RES 1.0 en dat is voor de natuurwaarde in die gebieden een plus. Alleen de westkant Breekland in aansluiting in aansluiting op de bestaande windmolenopstelling N245 is aangemerkt voor windenzon als zoekgebied. In de ‘notitie ruimtelijke inpassing’ zijn een viertal varianten ontwikkeld maar op welke wijze en met welke criteria’s dat in omgevingsbeleid wordt opgenomen is bepalend.

Een andere windmolen locatie, wel buiten de gemeentegrens is het Alton kassengebied in Heerhugowaard. In het kader van ruimtelijke samenhang over onze grenzen heen zijn de drie geprojecteerde windmolens ook zeker van belang. Met het raadsvoorstel stellen we in feite ook het uitgangspunt vast van ‘wettelijke afstandscriteria en normen voor (geluid) overlast’. In dat licht gezien, zien wij bij een mogelijke bouwlocatie aan de oostkant van Noord-Scharwoude wellicht belemmerende effecten. Maar ook voor bestaande woningen in Noord- en Zuid-Scharwoude en Heerhugowaard Noord liggen binnen de veiligheidscontouren.

In het algemeen zijn de effecten van windmolens een bron van verontrusting. Detailonderzoek naar leefbaarheidseffecten zoals geluid, zicht, slagschaduw en ecologisch veldonderzoek zijn geen onderdeel van de RES 01. Dergelijke onderzoeken naar geluidscontouren worden bij concrete projecten uitgevoerd. Ten aanzien van geluid van een windturbine staat in de wet dat er per jaar niet meer dan gemiddeld 47 decibel op een gevel van een woning mag worden gemeten en ‘s nachts gemiddeld 6 decibel minder. Het heikele in deze is dat men uitgaat van het gemiddelde, immers windmolens kunnen ook 90 decibel produceren. En als we over deze decibellen hebben dan zijn dat geluiden die we kunnen horen.

Wij begrijpen dat een inpassing van windturbines op minimale afstand een moeilijke is en tegenwoordig meer wordt gebaseerd op basis van normen die zijn gebaseerd op verbeterde wetenschappelijke berekeningsmethodes.

Echter, wat nou niet direct afgewogen wordt en geen normering kent, maar zeker meespeelt bij windenmolens is het laagfrequent geluid. Het is geluid met een lange golflengte wat we bijna niet horen. Deze geluiden worden niet of nauwelijks geabsorbeerd en kunnen onder ongunstige omstandigheden grote afstanden overbruggen. Sterker nog, daken van bedrijven of kassen kunnen dat effect versterken. Geluid-reducerende maatregelen hebben zo is gebleken weinig tot geen zin.

Laagfrequentie geluid kunnen we niet horen, maar volgens her RIVM kunnen deze wel worden waargenomen in de vorm van brommen, dreunen of zoemen met ook druk op de oren. Volgens neurowetenschapper Van de Heyning (gezondheidsgids) kunnen deze trillingen wel gevoeld worden door de evenwichtsorganen. Nachtlawaai, ook erg beperkt, kan je uit je diepe slaap houden met gevolg van talrijke gezondheidsklachten. Het RIVM onderkent de klachten en heeft opdracht gekregen in een aanvullend gezondheidsonderzoek of monitoring bij windmolens nieuwe kennis kan opleveren. In diverse landen heeft onderzoek naar laagfrequentie geluiden al geleid tot aangescherpt beleid.

Als uitgangspunt wordt in de RES 1. de wettelijke afstandscriteria en normen voor geluidsoverlast gehanteerd. Gezien het loslaten van de 600 meter grens door de provincie en de effecten van wiekslag, slagschaduw en laagfrequentie geluiden nog niet inzichtelijk zijn ten opzichte van gezondheidsklachten, zijn wij van mening dat handhaven van de 600 meter grens uit voorzorg noodzakelijk is. In het omgevingsbeleid zal er specifiek naar de verschillende normen gekeken moeten worden. Daarbij ook zeker de resultaten ten aanzien van gezondheidsklachten van het laagfrequentie onderzoek.

Een ander aspect maar in feite meer in de samenhang van omliggende RES-regio’s zijn de zoekgebieden langs wegen en snelwegen langs de A9 en A7. De vraag is of dat ten opzichte van de landschappelijke aantasting wel verstandig is. Politiek en maatschappelijk liggen deze ontwikkelingen al onder een vergrootglas. Zo ook de windmolens langs de N245. Naar onze mening kan je die potentie beter toepassen daar waar al horizonvervuiling is.

Op dat punt zien wij meer mogelijkheden in de Wieringermeerpolder aan het binnengebied langs de dijk van Medemblik tot aan de Afsluitdijk. Grote voordeel daarvan is dat deze dichtbij de energie slurpende datacentra staan. In combinatie van de zonneatollen in het IJsselmeer en windmolens op het land geef je invulling van verschillende opwekpieken. Daarnaast kan het worden aangesloten op hoogspanningsnetwerk waarmee je de infrastructuur op het land minder belast.